Eén van de wettelijke hoofdtaken van
de Nederlandsche Bank is het bevorderen
van een goede werking van het
betalingsverkeer. Een betrouwbaar,
veilig en efficiënt betalingsverkeer is
een belangrijke voorwaarde voor
financiële stabiliteit en een duurzame
economische ontwikkeling. In het
chartale betalingsverkeer heeft DNB
naast haar uitvoerende rol als operator
(ontwerp, opdracht tot productie
en uitgifte van bankbiljetten) ook een
taak als overseer (toezicht op de kwaliteit
van de circulatie) en als initiator
en katalysator van gewenste ontwikkelingen.
De benodigde jaarlijkse productie van
bankbiljetten wordt in Europees verband
evenredig verdeeld over de
nationale centrale banken. Het aandeel
van DNB wordt geproduceerd door meerdere drukkerijen,
waaronder Joh. Enschedé Banknotes in
Haarlem. De kostprijs van het drukken van eurobiljetten
varieert per coupure en ligt ongeveer tussen
de vier en de tien eurocent. Vooral het vervaardigen
van de echtheidskenmerken verhoogt de kostprijs.
De uitgifte en distributie van bankbiljetten in
Nederland verzorgt DNB via haar vier agentschappen
in Amsterdam, Hoogeveen, Eindhoven en
Wassenaar. Bij deze agentschappen kunnen commerciële
banken nieuwe biljetten opnemen en overtollige
biljetten afstorten. Nadat de biljetten op de
agentschappen zijn afgeleverd in cassettes, worden
ze geteld en per coupure gesorteerd en vervolgens
met een eigen, zwaar beveiligd transport naar het
hoofdkantoor in Amsterdam gebracht. Daar worden
ze nogmaals geteld, op echtheid gecontroleerd en
gesorteerd op hun geschiktheid om weer in circulatie
te worden gebracht. Biljetten die niet meer
geschikt zijn voor uitgifte omdat ze vies of beschadigd
zijn, worden vernietigd. Dagelijks worden er
op de sorteerafdeling van DNB zo’n 6 à 7 miljoen
biljetten verwerkt.
In de distributieketen van bankbiljetten in Nederland
hebben zich sinds begin jaren negentig echter enkele
belangrijke wijzigingen voorgedaan. Commerciële
banken hebben uit oogpunt van kostenbesparingen
en verbeterde dienstverlening geldautomaten in
gebruik genomen. Daarnaast hebben zij voor verdere
kostenbesparing geldtelcentrales opgericht. In
deze centrales worden de bankbiljetstromen van
cliënten direct in bulkhoeveelheden verwerkt en
daarna in containers afgestort bij een agentschap
van DNB. De gedachte hierachter is het handmatige
telwerk van bankbiljetten op bankfilialen te verminderen. Benodigde nieuwe bankbiljetten worden
weer bij DNB besteld. Deze biljetten worden in
opdracht van de commerciële bank opgehaald door
geldtransporteurs en zij verzorgen ook het vullen
van de geldautomaten.
Het gevolg van de opkomst van geldtelcentrales is
dat het merendeel van de biljetten tegenwoordig
reeds gesorteerd en in containers bij DNB wordt
afgestort. Bovendien is het aantal door DNB ontvangen
biljetten door de snelle recirculatie enorm toegenomen.
In de huidige distributiestructuur worden
bankbiljetten vaker gesorteerd dan noodzakelijk is
voor het behouden van een schone en veilige circulatie.
Deze ontwikkelingen waren voor de
Nederlandsche Bank aanleiding de distributiestructuur
te reorganiseren. In 2008 zullen naar planning
de agentschappen worden gesloten. Het cassetteverkeer
wordt grotendeels afgeschaft en banken mogen
alleen nog maar in beperkte mate bankbiljetten bij
DNB afstorten in containers.
| Overige pagina's | |
| 1 | Gebruik van chartaal geld |
| 2 | Ontwikkeling circulatie |
| 3 | De rol van De Nederlandsche Bank |
| 4 | Betalen kost geld |
| 5 | Conclusie |