Chartaal betalingsverkeer
16 Januari 2005 - Bron: Hans Arendshorst
Betalen kost geld
De Nederlandsche Bank probeert niet alleen door
verandering van haar eigen werkwijze de efficiency
van het betalingsverkeer te verbeteren. In het
Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer (MOB)
overlegt zij hierover ook met andere belanghebbende
maatschappelijke groeperingen. Onder meer door onderzoek naar de maatschappelijke kosten van het
betalingsverkeer, probeert het MOB bewustwording
te bewerkstelligen van deze kosten (zie o.a. het artikel
daarover in het Kwartaalbericht van DNB van
maart 2004). Tabel 3 geeft een overzicht van (een
schatting van) de kosten van betaalmiddelen over
het jaar 2002.

De totale kosten van het Nederlandse betalingsverkeer
worden geraamd op circa € 2,9 miljard. Dat is
0,65 procent van ons bruto binnenlands product
(bbp). In deze kostenberekening zijn alle kosten die
voor het betalingsverkeer worden gemaakt bij toonbankinstellingen,
commerciële banken en De
Nederlandsche Bank meegenomen. Aangenomen
wordt dat behalve DNB – die overigens maar een
beperkt deel van de kosten draagt – alle genoemde
instellingen (een groot deel van) hun kosten doorberekenen
aan de consument. Zo bezien komen de
gemiddelde totale kosten van het betalen voor een
huishouden op ongeveer 400 euro per jaar.
De belangrijkste manier om de kosten van het betalingsverkeer
te verlagen, is substitutie van chartale
transacties door betalingen met pinpas of chipknip.
Gezien de relatief lage variabele kosten van het
chippen, zijn vooral door het stimuleren van het
gebruik van de chipknip kostenbesparingen te behalen.
De chipknip is qua infrastructuur een volwaardig
betaalmiddel. De meeste betaalautomaten en
pinpassen die in gebruik zijn, zijn geschikt voor het
doen van betalingen met de chipknip. Het aantal
chiptransacties blijft echter relatief beperkt en laat in
vergelijking met de beginjaren van de pinpas een
achterblijvende ontwikkeling zien. In bepaalde
nichemarkten, zoals bij parkeerautomaten en in
bedrijfskantines, heeft het chippen een positie kunnen
verwerven. Niettemin lijkt de consument nog
niet erg enthousiast over dit betaalmiddel.
De kosten van de individuele betaalproducten zijn
niet transparant. Voor de consument zijn de consequenties
van zijn keuze voor een bepaald betaalmiddel
onzichtbaar, vanwege het ontbreken van een duidelijke
tarifering. Het tariferen van betaalproducten
ligt in ons land echter gevoelig, omdat de consument
dit niet gewend is en daarom in principe hier
afwijzend tegenover staat. Andere Europese landen kennen wel een meer duidelijke tarifering van
betaaldiensten.
Hoewel substitutie van chartale betalingen de kosten
van het betalingsverkeer kan verlagen, bestaat ook
hierin een duidelijke beperking. Van de genoemde
kosten van € 2,9 miljard bestaat naar schatting circa
40 procent uit vaste kosten die gerelateerd zijn aan
de chartale infrastructuur. Deze vaste kosten zijn
alleen te vermijden als het chartale geld integraal
wordt afgeschaft.
Het enige land ter wereld waar concrete plannen
bestaan om inderdaad het gebruik van chartaal geld
op termijn af te schaffen, is Singapore. In Nederland
is dit laatste vooralsnog ondenkbaar.
Vorige pagina
Volgende pagina
Terug naar cursussen