Geld neemt een essentiële plaats in in een markteconomie. Een efficiënte ruil van goederen en diensten is ondenkbaar zonder het ‘smeermiddel’ geld. De overdracht van geld van de ene persoon, onderneming, bank of instelling naar de andere noemen we het betalingsverkeer. Een van de fundamentele taken van een centrale bank is het bevorderen van een goede werking van het betalingsverkeer. Voor het Europese Stelsel van Centrale Banken (ESCB) is dit vastgelegd in het EG-verdrag (en in het bijzonder in de wijzigingen daarvan in het ‘Verdrag van Maastricht’) en in het verlengde daarvan voor de Nederlandsche Bank in de Bankwet.
Banken zijn bijzondere deelnemers aan het betalingsverkeer,
omdat ze de rekeningen voor klanten
aanhouden en daarmee de ruggengraat vormen
van de betaalketen. Zij maken het girale betalingsverkeer
– waarbij de waardeoverdracht in computers
van een bank of centrale bank plaatsvindt -
tussen particulieren, bedrijven en de overheid
mogelijk. Op die manier dragen ze bij aan een
goed functionerende economie. Het gros van het
betalingsverkeer wordt door bedrijven of particulieren
geïnitieerd. Toch is het interbancaire verkeer,
het betalingsverkeer tussen banken onderling,
vanwege de hoge bedragen die daarin
omgaan van beduidend groter belang voor de
financiële stabiliteit. Een groot deel van dit verkeer
vindt zijn oorsprong in geldmarkttransacties.
Banken voeren dergelijke transacties uit om hun
liquiditeitoverschotten (oftewel geldoverschotten)
rendabel uit te zetten of om hun tekorten aan te
vullen. Daarnaast leiden vreemde valuta- of effectentransacties
die banken in het kader van hun
commerciële activiteiten doen, of andere betalingen
voor geleverde goederen of diensten, eveneens
tot interbancair betalingsverkeer.
Banken kunnen bij elkaar rekeningen aanhouden om
deze transacties te verrekenen. Het is echter veel
efficiënter het verkeer te laten verlopen via een
betaalsysteem, zoals het TOP-systeem van de
Nederlandsche Bank. De finale afwikkeling van een
interbancaire transactie, ook wel settlement
genoemd, vindt plaats op de rekeningen van de betalende
en de ontvangende bank bij de centrale bank.
Afwikkelen bij de centrale bank is niet alleen efficiënter,
omdat alle banken rekeningen bij één instelling
aanhouden, maar ook veiliger, omdat de centrale
bank niet failliet kan gaan. Het interbancaire verkeer
wordt wel topgiraal verkeer genoemd vanwege
de uitzonderlijke positie van het settlementsysteem
van de centrale bank aan de top van een denkbeeldige
‘betaalpiramide’ (figuur 1). Een andere benaming
is hoogwaardig verkeer, door de zeer hoge gemiddelde
waarde van deze interbancaire transacties
(gemiddeld bijna EUR 5 miljoen).
| Overige pagina's | |
| 1 | Begrippen in het topgirale betalingsverkeer |
| 2 | De rol van de Nederlandsche Bank |
| 3 | Trends en ontwikkelingen in het topgirale verkeer |
| 4 | Conclusie |