Cursus basisbegrippen deel 6: De conjunctuurgolf
6 November 2004 - Bron: Rolf Schöndorff
Beurs en conjunctuur
Wie zijn beleggingen op de conjunctuur wil afstemmen kan baat hebben bij het onderstaande overzicht. Wij maken echter de kanttekening dat de belegger met een lange horizon zich niet teveel door conjunctuurbewegingen zal laten leiden.
Hij zal bij de verdeling obligaties, aandelen, vastgoed en liquide middelen eerder kijken naar resultaten.
Staartje neergang, recessie en beginnend herstel |
| Kenmerken: |
Ruime liquiditeitsvoorziening, dus lage geld- en kapitaalmarktrente. |
| Voorkeur: |
Beleggen in aandelen, want de verwachting van economisch herstel groeit. Winstherstel ondernemingen ligt in het verschiet: koersstijging van aandelen. |
| Liever niet: |
Spaarrekening (lage rente). Obligaties zijn af te raden. De verwachting bij het huidige lage renteniveau is dat de rente zal stijgen. Een rentestijging leidt tot een koersdaling van obligaties. |
| Kenmerken: |
Liquiditeitsvoorziening wordt krapper: stijging kapitaalmarktrente. Centrale bank verhoogt geldmarktrente om inflatieverwachtingen te voorkomen. |
| Voorkeur: |
Grondstoffen en onroerend goed stijgen in prijs door toenemende schaarste. Eventueel spaarrekening (hoge rente). |
| Liever niet: |
Aandelen. De verwachting van een naderende omslag en dus van krimpende bedrijfswinsten zet de koersen onder druk. Obligaties. Verdergaande rentestijging zet een domper op de obligatiekoersen. |
| Kenmerken: |
Rentestijging. Oplopende inflatie, krapte op de arbeidsmarkt. |
| Voorkeur: |
Liquide beleggingen (korte looptijd, variabele rente) leveren profijt door hoge korte rente. Bijvoorbeeld spaarrekening. |
| Liever niet: |
Zowel aandelen (stijgende arbeidskosten en naderende crisisverwachting) als obligaties (nog steeds oplopende rente en dus koersdaling van obligaties). Ook onroerend goed en grondstoffen zijn niet langer aan te bevelen. In de verwachte neergang ontstaat overcapaciteit op de markt voor onroerend goed, dus prijsdaling. Ook grondstofprijzen zullen in de neergang onder druk komen. |
| Kenmerken: |
Toenemende liquiditeit, dus daling rente. |
| Voorkeur: |
Obligaties. Verwachte rentedalingen vormen een opsteker voor de obligatiemarkten. |
| Liever niet: |
Aandelen (verwachting krimpende bedrijfswinsten), onroerend goed (toenemende leegstand), grondstoffen (dalende prijzen op grondstoffenmarkten) en liquide beleggingen (lage rente). |
Rente en obligatiekoersen
Stel dat iemand € 100.000 wil beleggen in obligaties. Op dat moment plaatst de minister van Financiën een 6%-obligatielening die bestaat uit stukken met een nominale waarde van € 1000. De plaatsingskoers is 100 (à pari). Per obligatie betaalt de belegger dus € 1000. Een maand later volgt een nieuwe staatslening. Maar, gedwongen door een algemene stijging van de marktrente, op deze nieuwe lening vergoedt de Staat 7% rente per jaar. We nemen aan dat ook deze lening à pari wordt geplaatst. De gestegen rente levert een tegenvaller op voor beleggers die hun vermogen in de 6%-lening hebben gestopt. Potentiële beleggers in obligaties kunnen immers kiezen tussen obligaties met een jaarrente van 6% en 7% (voor de eenvoud gaan we ervan uit dat er alleen oude 6%-obligaties en nieuwe 7%-obligaties bestaan). Als beide obligaties zouden worden aangeboden tegen de koers 100, zou er geen vraag zijn naar de 6%-obligaties. Men zou dan immers altijd kiezen voor de 7%-obligaties. De beurskoers van de 6%-obligaties zal zo ver zakken dat het voor een belegger om het even is of hij kiest voor de 6%- of de 7%-obligaties. Conclusie: een stijging van de rente (of de verwachting dat de rente stijgt) brengt een koersdaling van obligaties teweeg.
Vorige pagina
Terug naar cursussen