Bedrijfsresultaten in je Email? Schijf je in voor de gratis nieuwsbrief!
Email:

Cursus basisbegrippen deel 5: Opties

5 November 2004 - Bron: Rolf Schöndorff

Kopen en verkopen van opties

Beleggers die verwachten dat de koers van een aandeel zal stijgen, kunnen dat aandeel kopen. Om het een tijdje later, als hun verwachting uitkomt, met winst van de hand te doen. Een nadeel van zo'n transactie is dat de belegger over een flink vermogen moet kunnen beschikken. Wie 100 aandelen Philips Electronics wil kopen, steekt daar (30 oktober 1999) al gauw een tienduizend euros in. Maar er is een alternatief. Hij kan ook een optie kopen op Philips-aandelen. Zo'n optie geeft hem het recht die aandelen gedurende een bepaalde periode tegen een bepaalde koers te kopen. In dit geval gaat het om een kooprecht. We spreken dan van een calloptie. We nemen uit de krant van 30 oktober 1999 de Philips Electronics (PHI)-call nov 99 95,00 als voorbeeld. De houder van deze optie heeft het recht tot en met uiterlijk de derde vrijdag van november 1999 (de expiratiedatum) 100 aandelen Philips (de onderliggende waarde) te kopen voor € 95 (de uitoefenprijs). Voor dat recht moet hij wel een prijs betalen. Op 30 oktober 13.00 uur heeft deze optie een biedprijs van € 3,90 en een laatprijs van € 4,15. Laten we aannemen dat hij voor € 3,95 kan kopen. Voor het kooprecht op 100 aandelen Philips is dus een belegging vereist van € 395 euro (in de voorbeelden laten we de kosten buiten beschouwing).

Tot de expiratiedatum kan de belegger:

  • zijn optie verkopen op de Amsterdamse Optiebeurs;
  • gebruik maken van zijn kooprecht.


Opties kunnen ook worden gebruikt als men juist een koersdaling van het aandeel verwacht. In dat geval koopt de belegger het recht het aandeel te verkopen tegen een bepaalde uitoefenprijs. Hij koopt een putoptie.

Kenmerken

Een optie heeft een aantal kenmerken. namelijk:

  • De looptijd
  • De onderliggende waarde
  • De contract grootte
  • De uitoefenprijs


De kenmerken nader toegelicht:

De looptijd

Er zijn kortlopende opties met een maximale looptijd van negen maanden. De expiratiedatum is steeds de derde vrijdag van de maand waarin de optie vervalt. Gedurende die tijd kan men gebruik maken van zijn koop- of verkooprecht. Daarnaast bestaan er ook meerjarige opties. Bijvoorbeeld PHI (Philips Electronics) call okt 02 70, waar op 30 oktober om 13.00 uur €39,40 voor betaald moest worden.

De onderliggende waarde

Op de Amsterdamse Optiebeurs wordt gehandeld in opties op verschillende onderliggende waarden: aandelen, obligaties, edele metalen, de dollar en enkele grote buitenlandse fondsen. Daarnaast bestaan ook optiecontracten op aandelenindices, zoals de AEX- en de AMX-index. De index-optie wijkt op een aantal punten af van de gewone opties. In de eerste plaats is er bij indexopties geen sprake van een onderliggende waarde die geleverd kan worden. De indexopties hebben betrekking op een door de beurs samengesteld mandje. In de tweede plaats kun je deze opties nooit uitoefenen. Op het expiratietijdstip worden openstaande posities verrekend.

De contractgrootte

Bij opties gaat het steeds om standaardhoeveelheden. Zo is de contractgrootte van een aandelenoptie 100 aandelen. Bij dollar-opties gaat het om contracten van elk $ 10.000.

De uitoefenprijs

Dit is de koers waartegen men de onderliggende waarde van de optie mag kopen (call) of verkopen (put).

Opties schrijven

Een optie is een verhandelbaar contract tussen twee partijen. Aan de ene kant vinden we de houder van de optie, aan de andere kant de schrijver. De schrijver van een optie verplicht zich de onderliggende waarde te leveren (call) of af te nemen (put) als de optiehouder zijn koop- of verkooprecht wil uitoefenen. Voor het aangaan van die verplichting ontvangt hij een beloning, de premie. De verkoper doet een zogeheten openingsverkoop ('open sell'), die hij kan teniet doen door een sluitingsaankoop ('close buy').

Bij een calloptie kan een onderscheid worden gemaakt tussen gedekt schrijven en ongedekt schrijven. In het eerste geval heeft de schrijver de onderliggende waarde in zijn bezit. Bij ongedekt schrijven is dit niet het geval. Als de houder van de optie gebruik maakt van zijn kooprecht, zal de schrijver de onderliggende waarde eerst op de beurs moeten kopen. Om te garanderen dat de schrijver aan zijn verplichting kan voldoen, moet hij zijn bank/commissionair dekking geven (de margin verplichting). Het onderscheid gedekt/ongedekt speelt bij het schrijven van puts geen rol. De schrijver neemt immers de verplichting op zich de onderliggende waarde zonodig te kopen. Een put wordt dus altijd ongedekt geschreven. Ook in dit geval moet de schrijver de nodige zekerheid verschaffen dat hij te zijner tijd aan zijn financiële verplichtingen kan voldoen.

De optiekoers

De meerjarige optie PHI (Philips Electronics) call okt 02 70, heeft op 27 oktober om 13.00 uur een koers van € 39,40. Die koers komt tot stand door vraag en aanbod op de Optiebeurs. Daarbij zijn onder meer van belang:

  • de intrinsieke waarde;
  • de verwachtingswaarde.


Een calloptie heeft intrinsieke waarde als de beurskoers van de onderliggende waarde hoger is dan de uitoefenprijs. Het aandeel Philips noteert om één uur een koers van € 97,50. De Philips-call okt 02 70 heeft op dat moment dus een intrinsieke waarde van € 97,50 - € 70,00 = € 27,50. De eigenaar van de call zou per aandeel € 27,50 kunnen verdienen door gebruik te maken van zijn kooprecht. Deze calloptie is in the money. De Philips-call okt 03 100 is out of the money.

Bij een putoptie ligt dit precies omgekeerd: van intrinsieke waarde is sprake als de beurskoers lager is dan de uitoefenprijs. De put okt 03 100 is dus in the money.

De prijs van de calloptie stijgt als het aandeel Philips duurder wordt en daalt als het goedkoper wordt. De koers van de call okt 02 70 (€ 39,40) wordt voor een klein deel bepaald door zijn intrinsieke waarde (€ 27,50) Het restant (€ 11,90) ) is de verwachtingswaarde van de call. De verwachtingswaarde wordt bepaald door het subjectieve oordeel van beleggers. Twee belangrijke factoren die daarbij een rol spelen zijn de resterende looptijd van de optie en de koersgevoeligheid (of volatiliteit) van de onderliggende waarde. Hoe langer de optie nog te gaan heeft, hoe groter de kans dat de koers van het aandeel stijgt (call wordt duurder) of daalt (put wordt duurder). Hoe sterker de koersgevoeligheid van een aandeel, hoe groter de kans dat de koers de beurskoers op enig moment boven de uitoefenprijs komt en de calloptie intrinsieke waarde krijgt. Voor de putopties geldt dat de kans dat de koers onder de uitoefenprijs komt groter wordt bij een hoge volatiliteit van de onderliggende waarde.

Opties en koerswinst

Het is rond één uur, 30 oktober 1999. Berichten in de financiële pers hebben bij mij de afgelopen dagen de verwachting gewekt dat Philips de komende tijd een flink herstel te zien zal geven. Een mooi moment om 10 calls Philips te kopen. Mijn oog valt op de nov 99 met uitoefenprijs € 95. Teletekst laat zien dat de premie op dit moment € 3,50 bieden en € 4,15 laten doet. Ik geef mijn bank/commissionair een openingsaankoop, een'open buy' door, gelimiteerd op € 3,95. De order wordt enkele minuten later voor dit bedrag uitgevoerd, wat betekent dat ik morgenochtend bij de post een afrekening ontvang voor 10 x 100 x € 3,95 = € 3,950. Ik kan nu tot en met de derde vrijdag in november 1999 meeprofiteren van de verwachte koersstijging van Philips. Ik had ook 1000 aandelen kunnen kopen, maar daarmee zou ik 1000 x € 97,50 = € 97.500 hebben vastgelegd. Stel nu dat na een aantal dagen de koers van het Philips aandeel is opgelopen tot

Vorige pagina

Overige pagina's
1 Opties
2 Kopen en verkopen van opties

Terug naar cursussen