Lagere administratieve lasten zorgen voor een sterkere Nederlandse én Europese economie. Het kabinet wil de administratieve lasten voor bedrijven in de kabinetsperiode (2003-2007) met een kwart verminderen.
Het gaat hierbij om de kosten voor het bedrijfsleven om te voldoen
aan informatieverplichtingen uit wetgeving van de rijksoverheid. Met een zogenaamde nulmeting (peildatum ultimo 2002) zijn deze lasten bepaald op jaarlijks € 16,4 miljard (IPAL, 2004). Dit is 3,6 procent van het Nederlandse bbp. Geringere lasten bieden bedrijven meer ruimte voor ondernemen. Het ondernemersklimaat verbetert en daardoor de concurrentiepositie van bedrijven. In april 2004 hebben het kabinet en de bij de administratieve kostenoperatie betrokken ministeries de eerste stap met reductievoorstellen ter grootte van drie miljard (oftewel achttien procent van de totale lasten) gerapporteerd aan de Tweede Kamer. Om uiteindelijk uit te komen op 25 procent reductie wordt momenteel een tweede stap reductievoorstellen uitgewerkt.Hierover wordt in voorjaar 2005 aan de Tweede Kamer gerapporteerd. Deze tweede stap volgt verschillende sporen zoals het reduceren van overlappende lasten uit verschillende wetgevingsdomeinen, efficiëntieverbetering door een bredere inzet van ICT en een verlaging van lasten die
Europa veroorzaakt. Op dit laatste spoor gaan we hier nader in.
Administratieve lasten in Europa
Van de huidige € 16,4 miljard administratieve lasten is circa de
helft terug te voeren op internationale, vooral Europese, wetgeving.
Om deze lastenbron aan te pakken heeft Nederland samen met de
overige EU-voorzitters in 2004-2005 (Ierland, Luxemburg en het
Verenigd Koninkrijk) het initiatief genomen om administratieve
lasten nadrukkelijk als prioriteit te bestempelen.Het Nederlandse
standaard kostenmodel dat gebruikt is bij de nulmeting, vormt de
basis voor een Europese methodologie die in 2005 wordt uitgewerkt.
Hiermee kunnen administratieve lasten in Europese wetgeving
worden geïdentificeerd en aangepakt. De eerste concrete resultaten
van proefprojecten die de Europese Commissie op dit moment
met het standaard kostenmodel uitvoert, worden in het voorjaar
van 2005 verwacht. Daarbij is in de Europese Raad afgesproken dat
alle lidstaten bereid zijn de Commissie te ondersteunen bij het toepassen van een soortgelijke methodologie op Europees niveau.
Tegelijkertijd gebruiken steeds meer lidstaten het Nederlandse
model, bijvoorbeeld om de efficiëntie van de nationale implementatie
van EU-richtlijnen te vergelijken. Zo wordt het model al
gebruikt in Denemarken, Zweden en België. En de afgelopen
maanden hebben Frankrijk, Italië en Hongarije ook besloten deze
methode toe te gaan passen. De verwachting is dat meer landen
zullen volgen.
Momenteel is over de totale omvang van de administratieve
lasten van de EU-lidstaten nog niet meer beschikbaar dan een berekening
van het CPB (2004). Omdat uit internationale vergelijkingen
van de Wereldbank en OESO blijkt dat Nederland een relatief lage
regeldruk kent, gaat het CPB er bij deze berekening dan ook vanuit
dat de administratieve lasten in Europa minimaal 3,6 procent (het
Nederlandse percentage) van het Europese bbp bedragen: € 340
miljard.
