Een selectie maken van de tien belangrijkste aandelen van de eeuw is geen makkelijke klus. Soms zijn aandelen interessant omdat ze voor een nooit geziene speculatie zorgden, waarna duizenden beleggers hun spaargeld in rook zagen opgaan toen de zeepbel uit elkaar spatte. Van groter belang zijn de aandelen van die bedrijven die de manier veranderden waarop we denken, leven en werken.
De succesverhalen gaan meestal terug tot de ideeën en het doorzettingsvermogen van ondernemers die de geschiedenis mee hielpen vorm geven. Deze lijst is allesbehalve volledig en zou makkelijk kunnen worden aangevuld met namen als Wal-Mart, Coca-Cola of Apple. Maar omdat we voor één aandeel per decennium opteerden, vallen ze uit de boot.
1900-1910: US Steel
Toen US Steel in 1901 werd opgericht, was het meteen het grootste bedrijf ter wereld met een beurskapitalisatie van 1,4 miljard dollar. De waarde van het bedrijf lag hoger dan de toenmalige buitenlandse staatsschuld van de Verenigde Staten en was drie keer hoger dan de jaaruitgaven van de overheid. De man achter US Steel was geen industrieel, maar een bankier: de legendarische John Pierpont Morgan.
Toen Morgan een toespraak hoorde van Charles Schwab, de rechterhand van de Schotse staalmagnaat Andrew Carnegie, kwam bij hem de idee op om verschillende staalbedrijven te fuseren om een dominante positie in de Amerikaanse staalindustrie te verwerven. Morgan had al ervaring in de creatie van monopolies door verschillende spoorwegmaatschappijen samen te voegen. Door de levering van staal aan de spoorwegen, zou Morgan zijn greep op de Amerikaanse economie kunnen verstevigen. Toen een boodschapper de intenties van Morgan aan Carnegie overmaakte, krabbelde die het bedrag van 480 miljoen dollar op een papiertje. Morgan aanvaardde dadelijk. Het overnamebedrag bedroeg twaalf keer de winst, een gigantische som voor die tijd. Later vroeg Carnegie aan Morgan of hij 100 miljoen dollar meer had willen betalen, waarop Morgan repliceerde: Natuurlijk, Andrew. Carnegie trok zich daarna terug en hield zich enkel nog met filantropische projecten bezig.
Morgan smolt Carnegie samen met negen andere staalbedrijven tot het conglomeraat US Steel. De analisten waren van mening dat de onderneming te groot was om te beheren en winst te kunnen maken, maar Morgan slaagde erin via 300 banken de aandelen succesvol naar de beurs te brengen. Morgan Bank nam zelf een belangrijk deel voor zich en mocht vier van de twaalf leden van de raad van bestuur benoemen. JP Morgan toonde toen voor de eerste keer aan dat de Wall Street-bankiers de economie beheersten. US Steel is nu onderdeel van USX en is nog steeds een van de grootste bedrijven van de VS.
1910-1920: Ford
Ieder Amerikaans gezin een auto. Dat was de droom van Henry Ford. Ford weigerde resoluut de voorstellen van zijn ingenieurs om een dure wagen te bouwen, waarmee meer winst zou kunnen worden gemaakt. Hij zag als een van de eersten in dat massaproductie de sleutel was tot de creatie van rijkdom voor meer mensen.
Henry Ford was van eenvoudige komaf en startte zijn loopbaan als leerjongen van een ingenieur. Ford viel op door zijn vindingrijkheid. Toen hij 28 was, kreeg hij de job van hoofdingenieur bij de Edison Illuminating Company. Via enkele artikels raakte hij gefascineerd door een nieuwe uitvinding, de automobiel, en hij besloot er zelf een te bouwen. Dat lukte aardig, en Ford kreeg een topfunctie bij de Detroit Automobile Company. Toen die failliet ging, startte hij samen met twaalf partners de Ford Motor Company in 1903. Ford besefte dat de auto goedkoper moest worden om tot een succes uit te groeien en bedacht een nieuw model: de Ford T. De wagen kostte slechts 825 dollar en werd ogenblikkelijk een succes. In het eerste productiejaar, 1908, verkocht Ford er 10.000. Door de productie te automatiseren, daalde de prijs van de wagen verder. In 1914 rolden er 260.000 van de band, goed voor een marktaandeel van 48 procent. De nettowinst van de Ford Motor Company bedroeg toen 25 miljoen dollar.
Ford wilde zijn werknemers voor hun prestaties belonen. In 1914 voerde hij het minimumloon van 5 dollar per achturendag in, en werkte een aandelenoptieplan uit. In die jaren was dat revolutionair. Ford noemde zijn beslissing later de beste kostenverlagende maatregel die we ooit namen. Hij wist immers dat een deel van het loon opnieuw naar hem zou stromen omdat zijn personeel zich dankzij de loonsverhoging een Ford T kon veroorloven.
Maar Henry Ford kreeg problemen met de aandeelhouders. Ondanks de fabelachtige winst, betaalde het bedrijf slechts een schamel dividend uit. Enkele aandeelhouders sleepten het bedrijf voor de rechter en die gaf de klagers gelijk. Ford moest 19 miljoen dollar aan extra dividenden ophoesten. Omdat veel aandeelhouders na de uitbetaling van het dividend voor een ineenstorting van de koers vreesden, verkochten ze hun stukken. Henry Ford maakte van de gelegenheid gebruik om de aangeboden aandelen in het geheim op te kopen. In 1916 verwierf hij de volledige controle voor amper 125 miljoen dollar. Aan de overheersing van de Ford T kwam eind het decennium een eind, toen ook Chevrolet goedkope autos ging produceren.
1920-30: RCA
In de jaren twintig maakte een nieuw medium zijn intrede in brede lagen van de maatschappij. Een kastje waaruit geluid kwam en waarlangs nieuwsberichten konden worden beluisterd, maakte de wereld plots een stuk kleiner. De radio was toen wat internet nu is. Het zou de manier van adverteren grondig veranderen, en velen zagen in de komst van het nieuwe medium de dood van de traditionele dagbladen. Net zoals de internetaandelen in de jaren 90, bereikten de radioaandelen in de jaren 20 duizelingwekkende hoogtes.
De Radio Corporation of America (RCA) werd in 1919 opgericht als een dochter van het machtige elektronicaconglomeraat General Electric. Het was eigenlijk de overheid die uit nationalistische overwegingen General Electric ertoe aanzette een controlebelang in American Marconi te nemen, omdat dat bedrijf in Britse handen was. General Electric wijzigde de naam in RCA. Onder leiding van Owen D. Young en de jonge visionair David Sarnoff, groeide de onderneming pijlsnel. Na enkele jaren domineerde RCA de radiomarkt in de Verenigde Staten. De onderneming produceerde niet allen radiotoestellen, maar zorgde ook voor de verspreiding van programmas door de oprichting van radiostations in het hele land.
Het aandeel was de lieveling van de beleggers en spurtte van 1924 tot 1929 van 11 naar 214 dollar, ondanks de verliezen en het uitblijven van een dividend. Maar de crash van 1929 kwam hard aan. De omzet halveerde en de rode cijfers werden uitgediept. Het aandeel schrompelde in elkaar. Drie jaar na de crash kostte het 3 dollar. Nochtans was er niets mis met de fundamenten van RCA. Het bedrijf produceerde communicatieapparatuur en was actief als platenmaatschappij. Met de opkomst van de televisie richtte RCA het succesvolle tv-station NBC op. In 1986 werd RCA opnieuw door General Electric opgeslokt voor slechts 66,50 dollar per aandeel. Rekening houdend met enkele splitsingen, was dat maar 76 procent boven de topkoers van 1929.
1930-1940: Koninklijke Olie
In een lijst van de aandelen van de eeuw mag een Europese waarde niet ontbreken. In tegenstelling tot België, telt Nederland heel wat bedrijven die tot de wereldtop behoren, zoals Unilever, Philips en Koninklijke Olie-Shell. Deze laatste zag in 1907 het levenslicht door de fusie van de Koninklijke Nederlandsche Petroleummaatschappij en de Britse Shell Transport & Trading Company. Het logo van de onderneming, de alom gekende geel-rode schelp, is in alle uithoeken van de wereld aanwezig.
Het verhaal gaat terug tot 1885, wanneer Aeilko Zijlker olie vond in Sumatra, een deel van Nederlands-Indië. In 1890 richtte hij de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Exploitatie van Petroleumbronnen in Nederlandsch-Indië op. Tegelijkertijd begon de Londense firma Marcus Samuel met de verkoop van lampolie in het Verre-Oosten onder de merknaam Shell. Samuel begon snel aardolie te exploreren en groeide uit tot een verticaal geïntegreerde olieonderneming. Samuel veranderde de naam van zijn bedrijf in Shell Transport and Trading Company en koos als symbool een sch